Leidsche Rijn Centrum

Stedenbouwkundig plan en supervisie

Leidsche Rijn Centrum is het uitgesproken levendige en hoog-stedelijke nieuwe centrum van de uitbreidingswijk Leidsche Rijn in Utrecht. Het vormt de schakel tussen de nieuwe (vinex)woonwijken ten westen van het Amsterdam-Rijnkanaal en de bestaande stad. De duurzame stad zal de voormalige fysieke en mentale barrière van de A2 en het kanaal slechten. De basis hiervoor wordt door een helder, adaptief gridpatroon gelegd.  Het stedelijke karakter komt tot uiting in een relatief hoge en dichte gemengde bebouwing in gesloten bouwblokken. Het centrum wordt omzoomd door landschappelijk, zich aftekenende zones, zoals singels en parken. Zo wordt de identiteit en herkenbaarheid van het Centrum verhelderd. Aspecten die Leidsche Rijn Centrum uniek maken zijn de centrale ligging, de veelheid en variatie aan functies en de hoogteverschillen (die ontstaan doordat de snelweg A2 wordt overbrugd).

Opbouw

De compositie van het centrumgebied bouwt voort op de traditie van de West-Europese stad en bestaat uit een openbare ruimte die als het ware uitgesneden is uit een massa met gelijkmatige bouwhoogte: het centrum bestaat uit een netwerk van openbare stedelijke ruimtes, met afwisselende sferen en belevingen. De pleinen en straten krijgen hun specifieke betekenis door afmeting, inrichting en beoogd gebruik, zoals het ‘Stadsplein’ de ‘Stadstuin’ en de ‘Singel’. Accenten in bouwhoogte en verbijzondering van de programmatische invulling dragen hieraan bij. De gemiddelde bouwhoogte in het centrum is vijf tot zeven lagen hoog. Bij de uitwerking van deze regel speelt de geleidelijk toenemende maaiveldhoogte de cruciale rol voor het karakter van dit stadsdeel.

Bovenstad / benedenstad

Het hoogteverschil in het maaiveld is een belangrijke karakteristiek van het Centrum. De snelweg A2 is overkapt d.m.v. een betonnen constructie op het maaiveld (de A2-tunnel). Om een verbinding in Leidsche Rijn Centrum te maken van de Singel (aan de westzijde) en het Amsterdam-Rijnkanaal (aan de oostzijde) naar de A2-kap, dient een hoogteverschil van 7 meter overbrugd te worden. Hierdoor ontstaan lager gelegen stadsdelen en een hoger gelegen stadsdeel.  Dit hoogteverschil wordt ingezet om de identiteit van de stad te maken. De overgangen tussen deze gebieden worden veelal gevormd door langzaam oplopende hellende straten. Op bepaalde punten wordt gekozen voor contrast, waardoor bijzondere plekken kunnen ontstaan. De uitwerking blijkt een reeks van bijzondere elementen (die uitblinken door zorgvuldige detaillering en inpassing) op te leveren. Deze elementen, zoals keermuren, bruggen, trappen, hellingbanen, ontlenen hun kracht aan de onderlinge samenhang en de aansluiting op de bebouwing.

De gevels en architectuur van de bouwblokken en de stedelijke entiteiten worden als totaal bena­derd, met als doel samenhang te bereiken. Samenhang wordt bereikt door eenheid of diversiteit in ritme, geleding, kleur, compartimentering en schaal zorgvuldig toe te passen.  Sterke afstemming is daardoor noodzakelijk. In de gevel zijn plint en kroon af te lezen. Zowel plint als silhouet accentueren het oplopende maaiveld. De opbouw van de gevel is goed van verhouding, rustig, gevarieerd en gestileerd. De gevels kenmerken zich door een rijke plint veelal uitgevoerd in natuursteen.

Urban Physics is stedenbouwkundig ontwerper en supervisor van Leidsche Rijn Centrum (als voortzetting van Jo Coenen & Co Architects & Urbanists).

Foto: Luuk Kramer
Foto: Luuk Kramer
Foto: Luuk Kramer
Foto: Luuk Kramer