Schalkwijk (Haarlem)
Open en adaptieve stadsontwikkeling
Het winkelcentrum Schalkwijk werd gebouwd als een typisch naoorlogs “wederopbouw”-complex buiten de historische binnenstad van Haarlem. In de periode van de bouw was de auto het belangrijkste vervoermiddel en fungeerden winkelcentra als aantrekkingspunten voor hele regio’s. Tegenwoordig vormt het winkelcentrum het hart van de vier buurten van Schalkwijk, met ongeveer 35.000 inwoners.
De transformatie van Haarlem Schalkwijk begon begin jaren 2000 door Jo Coenen Architects and Urbanists. Toen was het het idee om het bestaande winkelcentrum te behouden en slimme oplossingen te vinden om parkeervoorzieningen te combineren met een aanzienlijk aantal woningen. We stelden voor om een gridstructuur in het gebied te introduceren, gebaseerd op het Barcelona-grid, maar qua maat aangepast aan de constructieve structuur van het winkelcentrum. Het centrum werd gekenmerkt door gesloten gevels; daarom streefden we ernaar deze te transformeren naar open en transparante gevels met straten die aansluiten op de omliggende context. Dit werd bereikt door levendige gevels met maximale doorwaadbaarheid te ontwerpen én door referenties naar elementen uit de historische Nederlandse stad toe te passen, zoals lanen, smalle steegjes, pleinen en waterkanten. Daarnaast werd een uitgebreid “beeldkwaliteitsplan” ontwikkeld dat – samengevat- de rijkdom van traditioneel metselwerkstad combineert met de robuuste, orthogonale en rationele architectuur van de wederopbouwperiode in Schalkwijk.
De bankencrisis van 2008–2012 maakte deze aanpak echter onhaalbaar. Niet alleen was er minder behoefte aan woningen, maar investeringen in vastgoed bleven vrijwel volledig uit. De enige ingrepen die wél nog werden gedaan waren kleinschalig en incidenteel, zonder samenhangende toekomstvisie. Bovendien stonden de circa 80 verschillende winkeleigenaren terughoudend tegenover verandering, en waar ze wel wilden meewerken, liepen hun planningen en ambities uiteen.
Daarom ontstond de vraag: hoe ontwerp je onder deze omstandigheden een duurzame stedenbouwkundige visie? De strategie moest worden aangepast.
De oplossing werd gevonden in een meer open benadering, zowel in de ligging van straten en de bouwhoogtes als in de timing en uitvoering van ontwikkelingen. We leerden dat goede plannen alleen mogelijk zijn wanneer winkeleigenaren, ontwikkelaars en gemeentelijke afdelingen actief participeren. Het principe “nieuw voor oud” — waarbij het winkelcentrum gefaseerd in kleine delen wordt gesloopt — werd haalbaar doordat individuele en collectieve eigenaren vertrouwen kregen in het proces.
Het vernieuwde masterplan bevat vaste elementen die zorgen voor samenhang en harmonie in termen van zichtlijnen, schaal, ritme en materiaalgebruik. Andere onderdelen worden ingevuld door ontwikkelaars, steeds in samenwerking met JCAU. Deze infill-strategie maakt het mogelijk om een grote diversiteit aan functies te integreren, zoals een bibliotheek, sportvoorzieningen, woningen, een bioscoop, winkels, culturele centra en een nieuwe markt.
Gebaseerd op de eerdergenoemde architectonische waarden is het doel om een herkenbaar tweede stadscentrum voor Haarlem te creëren. Daarnaast rechtvaardigen de toevoeging van nieuwe sociale en middeldure woningen en het zoeken naar een “genius loci” in de ritmes en zichtlijnen van de bestaande hoogbouw de introductie van nieuwe torens. Het resultaat is een hoogstedelijke wijk, waarin de relatie tussen programma, plintarchitectuur en openbare ruimte cruciaal is. Door plinten van 4,5 meter hoog te realiseren, wordt een eerste stap gezet naar levendige, veilige en sociale openbare ruimtes.
Het masterplan van Schalkwijk is flexibel en kan zich aanpassen aan nieuwe sociale, functionele en financiële behoeften tijdens alle fasen: ontwikkeling, ontwerp, bouw en gebruik. Elk bouwblok of cluster heeft een eigen Stedenbouwkundig Programma van Eisen, dat een nadere uitwerking vormt van het bestemmingsplan. Binnen deze kaders wordt gewerkt met een combinatie van regels, eisen en wensen, zodat er tot aan de oplevering van gebouwen voldoende flexibiliteit blijft.
De richtlijnen omvatten onder meer bouwhoogtes, de positie van balkons en loggia’s, de plaatsing van auto’s en fietsen, entrees voor bewoners, het type plint, ramen en materialen. Deze worden vastgesteld en goedgekeurd door de gemeenteraad van Haarlem. JCAU, als voorzitter van de welstandscommissie, beoordeelt voorstellen van ontwikkelaars tot het laatste moment. In dit proces gaan kwaliteit, haalbaarheid en planning hand in hand: structuur en samenhang worden bewaakt, terwijl ruimte blijft voor context en maatschappelijke invulling.
Fase 1 en 2 zijn inmiddels volledig gerealiseerd. Vanaf 2024 neemt Rijnboutt de opdracht over voor de verdere uitwerking van fase 3 en de daaropvolgende ontwikkelingen in de komende jaren.